Stand van zaken: AI in mijn onderwijs? | 2 juli 2026

1 juli 2026

Het gebruik van AI is niet meer weg te denken uit onze samenleving, en dus moet ook het onderwijs hiermee leren omgaan. Technologische veranderingen in de klas zijn op zichzelf niets nieuws; denk aan de introductie van de pc, de dvd en het internet vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw. Toch is er een belangrijk verschil met AI: deze technologie is veelomvattender en heeft de kracht om een echt grote invloed uit te oefenen op ons werk en het leren. De snelle acceptatie en het massale gebruik ervan dwingen ons tot oplettendheid en reflectie. De eerste extreme hype is voorbij en we gaan over tot de orde van de dag. 

De vraag "wat kan AI allemaal?" verandert in "hoe laten we AI veilig, efficiënt en op grote schaal echt voor ons (in het onderwijs) werken?".

Wat doet Spinoza?
Scholengroep Spinoza houdt sinds 2022 de vinger aan de 'AI-pols'. Er zijn pilots georganiseerd met de AI-tool Gemini en enkele docenten hebben geëxperimenteerd met het bouwen en testen van chatbots voor hun vak.

Inmiddels heeft het College van Bestuur  een gedragscode AI opgesteld en wordt aan de individuele scholen gevraagd om een eigen AI-beleid op papier te zetten. Scholen moeten goed nadenken over de wijze waarop ze willen dat AI het onderwijs binnenkomt en wordt ingezet. Leerlingen en werknemers dienen daarom duidelijkheid te krijgen over hoe, wanneer en waarom AI onderdeel is van het leren en het werken. Ook moet er worden stilgestaan bij de consequenties van de keuzes die we hierbij maken, zowel financieel, onderwijskundig, pedagogisch als vakinhoudelijk. 

Voorbeelden hiervan zijn: Hoe gaan we om met toetsing en beoordelen? Wat toetsen we eigenlijk? Mag ik AI inzetten voor het nakijken? Welke afspraken op sectieniveau? Kunnen traditionele opdrachten zoals het PWS, PO’s of essays nog wel op dezelfde manier worden getoetst? Wanneer is AI goed in te zetten in het leerproces? Wat zijn de ethische kanten van het gebruik? Hoe begeleid ik mijn leerlingen in het gebruik?

 

Waarom is dit nodig?

  • AI is blijvend: AI is al overal aanwezig, gaat niet meer weg en zal AI in de toekomst een nog grotere rol gaan spelen in ons leven en werk.
  • Bescherming van onze kerntaak: het zomaar toelaten van AI in de organisatie kan een verstorende (disruptieve) invloed hebben op onze belangrijkste taak: het geven van goed onderwijs. AI is namelijk erg goed in het geven van directe antwoorden, maar blinkt niet uit in het bevorderen van actieve leerprocessen. Je zult als onderwijs dus goed moeten nadenken over hoe je AI op de juiste manier inzet.

De oplossing: een slimme 'Tutor' als schil
Een effectieve aanpak is het bouwen van een pedagogische 'schil' om de AI heen: een digitale Tutor. Dat is een chatbot die is geprogrammeerd om het leerproces van een leerling te ondersteunen. Scholengroep Spinoza beschikt al over een  AI-tool- Gemini-  en dat biedt twee concrete mogelijkheden voor het ontwerpen van een tutor:

  1. GEM’s: op maat te maken AI-assistenten (chatbots) waaraan je zelf specifieke instructies meegeeft.
  2. NotebookLM:  interactieve, digitale werkmappen waarin documenten en bronnen kunnen worden geplaatst. Ook hier kun je instructies aan de chatbot meegeven.

Deze hulpmiddelen kunnen vervolgens via onder andere Google Classroom direct door leerlingen worden gebruikt. Hierdoor werken zij in een afgeschermde omgeving, zonder in een algemene, openbare AI-tool te verdwalen.

Docenten/ secties kunnen hier zelf mee aan de slag. De inhoud en instructies bepalen zij zelf. 
Wat er in zo’n tutor chatbot zou moeten komen wordt hieronder aangegeven.

Essentiële onderdelen van zo'n Tutor zijn:

  • Onderwijskundige basis: de chatbot werkt vanuit minstens één- door de sectie/docent/school- gekozen taxonomie, onderwijsprincipe of pedagogisch uitgangspunt, zoals o.a. de Formatieve Cyclus, de methodiek van Stephan Chew, Bloom, Directe Instructie, de 12 bouwstenen van Surma, RTTI, Dalton of Montessori.
  • Betrouwbare inhoud (RAG): dat betekent dat deze chatbot alleen put uit de door jou aangeleverde documenten (en bronnen) en verzint dus zelf geen feiten.
  • Didactische spelregels (vangrails): de chatbot is zo ingesteld dat hij de leerling altijd coacht en nooit direct het kant-en-klare antwoord geeft, bijvoorbeeld door een 'Socratische' (vragende) gespreksstijl te hanteren.
  • Adaptiviteit (Cognitive Load): de chatbot stemt zijn tempo en complexiteit af op de unieke leerling. Als een leerling snel door de stof gaat, biedt de tutor automatisch meer diepgang of een complexere tegenvraag. "Loopt de leerling vast, dan schakelt de tutor een tandje terug met extra tussenstappen of een simpelere analogie.
  • Validatie en bronreflectie: de chatbot stimuleert actieve AI-geletterdheid. Bij elk antwoord of elke hint daagt de chatbot de leerling uit om te controleren waarom dit klopt, bijvoorbeeld door te verwijzen naar een specifiek hoofdstuk in het lesboek of een goedgekeurde bron.
  • Inclusiviteit en toegankelijkheid: de chatbot kan de toon, het taalgebruik en de complexiteit van de uitleg direct aanpassen aan de specifieke behoeften van de leerling (bijvoorbeeld kortere zinnen voor NT2-leerlingen of visuele tekststructuren voor leerlingen met dyslexie).
  • Veiligheid: het gebruik is volledig in lijn met de privacywetgeving (AVG).
  • Extra opties:
    • De tool kan worden uitgebreid met audio, beeld en in de nabije toekomst koppelingen met bijvoorbeeld Classroom om de voortgang te volgen.
    • De warme overdracht: De chatbot kent zijn eigen grenzen. Als een leerling na herhaalde pogingen een concept nog steeds niet begrijpt, stopt de tutor de dialoog en activeert een 'warme overdracht': 'We hebben het nu op een paar manieren geprobeerd, maar het blijft lastig. Schrijf deze vraag op en loop hiermee even naar je docent [Naam Docent], die kan je hier nu het beste live bij helpen.' 

De docent blijft de expert
Door deze aanpak zitten pedagogiek, vakdidactiek en vakinhoud bewust verweven in de chatbot. Het is geen ‘gadget’.  Hiermee laten we zien dat AI in het onderwijs zich goed laat sturen, mits je als docent zelf bepaalt hoe het gesprek verloopt. De chatbot wordt zo een waardevol verlengstuk van de docent, in plaats van een makkelijke vluchtroute voor de leerling.

Docenten zijn de experts wanneer het gaat om de onderwijskundige basis, de betrouwbare inhoud en de didactische spelregels. Zij zullen dan ook (samen met leerlingen) moeten bouwen aan een verantwoorde inzet van AI in ons onderwijs. Komend jaar worden er werkgroepen opgezet waarin docenten, schoolleiders en AI-experts concreet met o.a dit concept aan het werk gaan. 

Daarnaast kun je ook denken aan thema’s rondom toetsen, lesmateriaal maken, vakgroepen specials etc. Mail mij indien je daar interesse in hebt.

Wil je nu alvast meedoen met / denken over het concept Tutor?
 Vul  het formulier voor de werkgroep in

Komend schooljaar: plannen

  1. Scholengroep Spinoza onderzoekt de mogelijkheid om -onder voorwaarden- Gemini ook open te stellen voor leerlingen in de vorm van pilots. Informatie volgt.
  2. Samenstellen van werkgroepen waarin andere groepen binnen Spinoza van gedachte kunnen wisselen over het thema AI. Denk aan schoolleiders, HR, OOP, COPA. Informatie volgt.

Voor vragen of opmerkingen: 
Willem Korevaar
kor@scholengroepspinoza.nl



© 2026 Scholengroep Spinoza realisatie Knijnenburg Producties