Vakantieregeling OOP

d.d. 06/12/01, geaccordeerd in bestuur d.d. 18/12/01, instemming PGMR 22/05/02
gewijzigd met ingang van 1 januari 2005, instemming PGMR 19/01/05, aanpassingen n.a.v. CAO VO 2006-2007, 2008-2010 en 2011-2012, gewijzigd met ingang van 1 januari 2012, instemming PGMR 21/12/12. Geaccordeerd in SDO d.d. 18/09/14; instemming GMR d.d. 29/09/2014

Het vakantieverlof voor de functiecategorie onderwijsondersteunend personeel is geregeld in art. 14.2. van de CAO VO 2018-2019. Als aanvulling hierop heeft het CvB van Spinoza de volgende afspraken gemaakt met de GMR.
 
Compensatieregeling aangewezen vakantieverlof m.i.v. 1 januari 2012
(o.g.v. lid 3 art. 14.2. CAO VO 2018-2019)
Voor het aanwijzen van vakantieverlof door de werkgever wordt de werknemer gecompenseerd.
Om te zorgen dat de compensatieregeling bij iedereen gelijk uitwerkt, wordt van een vast percentage compensatieverlof uitgegaan, te weten 9% van de standaard verlofuren.
 
Wetswijziging m.i.v. 1 januari 2012
In verband met een wijziging in het Burgerlijk Wetboek wordt er vanaf 1 januari 2012 onderscheid gemaakt tussen het wettelijk vakantieverlof en het bovenwettelijk vakantieverlof. Deze wetswijziging is reeds opgenomen in de vorige CAO VO 2011-2012 (art. 14.2.) en staat ook vermeld in de CAO VO 2018-2019 (artikel 14.2)
 
Compensatie in verband met overschrijden arbeidsduur of verschuiving van de werkzaamheden
(o.g.v. art. 6.3 en 6.4 CAO VO 2018-2019)
Binnen de organisatie moet aan het begin van het schooljaar door de schoolleiding de jaarplanning gepresenteerd worden. Hierin moet staan wanneer de werknemer op andere tijden moet werken dan welke zijn overeengekomen t.b.v. de wekelijkse arbeidsduur (art. 6.3). De definitieve planning moet vòòr 1 september bekend zijn. Er kunnen tussentijdse wijzigingen plaatsvinden. Voor onverwachtse verschuivingen vindt compensatie plaats op grond van art. 6.4.
Als de werktijden zoals open dagen, ouderavonden en kerstvieringen onderdeel vormen van de normjaartaak van een werknemer, is er geen sprake van overwerk, zoals beschreven in art 6.3.
Vinden deze uren buiten de wekelijkse arbeidsduur plaats (maar binnen de normjaartaak), dan worden deze uren 1 op 1 gecompenseerd. Dit gebeurt in goed overleg tussen leidinggevende en werknemer. Het beleid is erop gericht dat er alleen in tijd wordt gecompenseerd en dus geen uitbetaling plaats vindt.
Alle opgedragen uren die buiten de normjaartaak dan wel de wijzigingen hierop plaats vinden, worden wel erkend als overuren. Op deze uren wordt de compensatie, zoals beschreven in art. 6.3 van de CAO, toegepast. De werknemer mag bepalen of hij deze opneemt in tijd of laat uitbetalen.
 
Verlofstuwmeer
Het niet volledig opnemen van het jaarlijkse opgebouwde verlof kan leiden tot een verlofstuwmeer. Dit dient te worden voorkomen. Men kan geen stuwmeer opsparen ten behoeve van een vervroeging van het pensioen. Er mag niet een te groot stuwmeer van verlofuren ontstaan. Maximaal 1/3 deel van het voor betrokkene geldende standaard verlof mag worden doorgeschoven naar het volgende kalenderjaar. Het doorschuiven van verlofuren moet wel tot het uiterste worden beperkt en zal vroegtijdig gemotiveerd aangevraagd moeten worden via de direct leidinggevende bij de rector. De leidinggevende zal een plan moeten maken, over het opnemen van het resterende verlof.
 
Verlofregistratie m.i.v. 1 januari 2012
Met ingang van 1 januari 2012 wordt het vakantieverlof per OOP’er geregistreerd op een digitale verlofkaart in Excel. Hierin wordt zowel de werktijd, het aantal te werken uren, als het recht op verlof geregistreerd. Per school moet een keuze gemaakt worden voor de registratie van verlofuren (bijlage 1) of voor de registratie van werkuren (bijlage 2). Niet elke school hoeft dezelfde keuze te maken en het is ook mogelijk om als individuele OOP’er via een formulier kenbaar te maken dat niet wordt geregistreerd. Voor de overzichtelijkheid is het wel noodzakelijk om per school één methodiek te hanteren. Per school wordt één persoon aangewezen die dient als aanspreekpunt voor de verlofregistratie.