Regeling vergoeding I- en S-uren

d.d. 10/10/01, geaccordeerd in bestuur d.d. 16/10/01, instemming GMR 22/05/02 

Binnen de scholengroep Spinoza is het gebruikelijk dat een docent 1 of 2 keer per week op het rooster vermeld staat als invaller (I-uur), schaduw (S-uur) of reserve (res). Op zo’n uur kan de docent door de dagroostermaker opgeroepen worden om in te vallen in een klas waar op dat moment de lesgevende docent door ziekte of anderszins niet aanwezig kan zijn. De docent moet op zo’n uur beschikbaar zijn, maar kan indien niet opgeroepen wel zijn eigen werkzaamheden verrichten. 

In bijlage 3 van het Kaderbesluit Rechtspositie Voortgezet Onderwijs, de Taakkarakteristiek leraren voortgezet onderwijs, staat onder punt 2b dat tot de taak van een leraar behoort “het bij afwezigheid van de directeur, een adjunct-directeur of een leraar, voor wat betreft het geven van diens lessen voor zover naar aard en omvang redelijkerwijs binnen en normale leraarstaak past.” 

Tot op heden is nooit vastgesteld wat redelijkerwijs de omvang binnen de normale leraarstaak is. De afzonderlijke scholen hebben op dit moment ieder een aparte regeling inzake inval/reserve uren. Het voorstel aan het bestuur van de Stichting Scholengroep Spinoza is om te komen tot een uniforme regeling. Het BMT stelt voor om de regeling van de St. Veurs-Huygens over te nemen. 
 

Regeling vergoeding I- en S-uren: 

  1. Docenten worden per week 1 of 2 maal ingeroosterd als invaller/schaduw/reserve. (Bij wtf >= 0,5 max. 2; bij wtf<0,5 max.1 keer). Wij noemen dit I-uren. Docenten dienen zich op deze roosteruren beschikbaar te houden voor de dagroostermaker om ingezet te kunnen worden ter voorkoming van lesuitval. 
  2. De dagroostermaker houdt een administratie bij van het aantal keren dat een docent metterdaad wordt ingezet als invaller. 
  3. De omvang van de binnen de normale leraarstaak vallende gebruikte invaluren per schooljaar wordt gesteld op 35% van de wekelijkse lessentaak behorende bij de benoemingsomvang (zie voorbeelden). Deze uren zijn als een vast bedrag in de jaartaak opgenomen. 
  4. In de maand juni wordt de balans opgemaakt. Komt het werkelijke aantal ingezette uren boven het normbedrag, dan worden deze extra uren in de maand juli als overwerk bij het salaris uitbetaald. Indien een docent voor het einde van het schooljaar de dienst verlaat, vindt afrekening plaats bij het ontslag. 
  5. De regeling gaat in per 1 januari 2002. 

P.S. 1 Een docent die bij langdurige ziekte van een collega al diens lessen overneemt in een klas, en deze dus structureel in zijn lesrooster krijgt, krijgt een tijdelijke uitbreiding van zijn benoemingsomvang voor de duur van de vervanging. Uitbetaling daarvan vindt maandelijks plaats. 

P.S. 2 Andere werkzaamheden zoals regulier ingeroosterde pauzesurveillances, surveillance-uren in studiecentrum, mediatheek etc vallen nu nog buiten deze regeling. Zij zijn opgenomen in de jaartaak van de betreffende docent. Invallen voor zulke regulier ingeroosterde uren valt er wel onder. 
 

Rekenvoorbeelden 

  1. Docent aan het Veurs benoemd met een werktijdfactor 1,0000. Normale weeklestaak is 29. Normale aantal i-uren maximaal 10 per jaar. Werkelijke aantal gebruikte I-uren in een jaar is 18. Extra uitbetaald worden 18 – 10 = 8 lesuren. 
  2. Docent aan het Huygens benoemd met een werktijdfactor 1,0000. Normale weeklestaak 21½. Werkelijke weeklessentaak 16; aantal taakuren 5½. Normale aantal I-uren maximaal 7 per jaar. Werkelijk aantal gebruikte I-uren 9. Extra uitbetaald wordt 9 – 7 = 2 uur.
  3. Docent aan het Veurs benoemd met een werktijdfactor 0,3973. Normale weeklestaak 11. Normale aantal I-uren maximaal 4 per jaar. Werkelijke aantal gebruikte I-uren 12. Extra uitbetaling wordt 12 – 4 = 8 lesuren.