Persoonlijk budget CAO VO voor medewerkers


In de CAO VO is vastgelegd dat iedere medewerker vanaf 1 augustus 2014 recht heeft op een persoonlijk budget per jaar (voor parttimers naar rato van hun betrekkingsomvang). Hoe de regeling wordt uitgevoerd en wat dat voor u betekent, kunt u in deze handreiking lezen.

1. Vervallen regelingen

Drie regelingen vervallen per 1 augustus 2014: de BAPO, het trekkingsrecht en de leeftijdsdagen voor het OOP. Voor BAPO-gerechtigde medewerkers komt wel een overgangsregeling.

2. Persoonlijk budget en mogelijkheid tot aanvulling

Elke medewerker krijgt daarvoor in de plaats een persoonlijk budget van jaarlijks 50 uur (naar rato van de betrekkingsomvang). Vanaf 57 jaar heeft de werknemer het recht op een aanvulling op dit budget met 120 uren met een eigen bijdrage van 50% (voor OOP schaal 1 t/m 8 is dit 40%). Tegen een eigen bijdrage van 100% kan aan dit budget nogmaals 170 uur worden toegevoegd.

3. Inzetten van het persoonlijk budget

Het persoonlijk budget van 50 uur kan op drie manieren worden ingezet:
a. Werkdrukvermindering voor docenten: bij een lesduur van 50 minuten één les per week minder of vermindering van de overige taken. De docent legt hierover verantwoording af;
b. Verlofmogelijkheden voor alle medewerkers: aanvullend ouderschapsverlof, extra zorgverlof, studieverlof en/of recuperatie (herstel / opfris) verlof. De uren mogen gedurende 4 jaar gespaard worden tot maximaal 200 uur. Indien langer dan 4 jaar wordt gespaard, wordt het eerdere spaartegoed in waarde gefixeerd (CAO VO 7.2)
c. Doelbesteding in geld: voor kinderopvang, om pensioenaanspraken op te hogen en/of jaarlijkse uitbetaling. De mogelijkheid van uitbetaling geldt alleen voor OOP in de schalen 1 t/m 8. Het bedrag wordt dan toegevoegd aan de eindejaarsuitkering.

4. Inzetten van het aanvullende budget

Het aanvullende budget van 120 uur kan vanaf de leeftijd van 57 jaar met het budget van 50 uur worden samengevoegd tot 170 uur ten behoeve van verlof: sabbatical, extra zorgverlof, studieverlof en/of recuperatieverlof. Hier kan nog extra 170 uur aan worden toegevoegd voor dezelfde vormen van verlof. Een docent kan deze 170 respectievelijk 340 uur ook opnemen in de vorm van een verlaging van de maximale lessentaak met 3 respectievelijk 6 lessen van 50 minuten (dit geldt ook voor een teamleider met een lesgevende taak).
Bij inzet van 170 uur per jaar mag het aantal in te roosteren dagen gemaximeerd worden op 4. Per jaar kan de docent dan maximaal 10 dagdelen door de werkgever worden opgeroepen voor het verrichten van niet-lesgevende taken.

5. Sparen van het persoonlijk budget

De medewerker van 57 jaar en ouder mag jaarlijks 170 uur van zijn persoonlijk budget sparen ten behoeve van een gefaseerde afbouw van de loopbaan. Het opnemen van gespaard verlof is beperkt tot een maximum van 340 uur per jaar.

6. Vergoeding pensioenpremie

Over de extra 170 klokuren met eigen bijdrage van 100% krijgt de medewerker alleen de pensioen-premie van de werkgever vergoed en niet de overige aan het salaris gerelateerde aanspraken zoals onder andere het vakantiegeld en de (extra) eindejaarsuitkering.

7. Overgangsregeling

Er is een overgangsrecht voor twee leeftijdsgroepen. De peildatum hierbij is 31 juli 2014:
a. De leeftijdsgroep van 52 jaar tot 56 jaar behoudt gedurende maximaal 5 jaar het recht op een     verlofomvang van jaarlijks 170 uur tegen een eigen bijdrage van 50% over 120 uur. Over 170 uur betekent dit een eigen bijdrage van 35%. OOP in de schalen 1 t/m 8 heeft een eigen bijdrage van 40% over 120 uur zodat over 170 uur 28% eigen bijdrage wordt betaald.
Zodra een medewerker uit deze leeftijdsgroep 57 jaar wordt, valt hij in de structurele regeling (zie punt 2 t/m 6)
b. De leeftijdsgroep van 56 jaar en ouder behoudt gedurende 5 jaar recht op verlof van jaarlijks 340 uren. Hiervoor wordt per saldo een eigen bijdrage betaald van 42,5% (50 uur zonder eigen bijdrage en 290 uur met een eigen bijdrage van 50%). OOP in de schalen 1 t/m 8 hebben een eigen bijdrage van 40% over 290 uur zodat over 340 uur 34% eigen bijdrage wordt betaald. Indien de werknemer na deze periode nog in dienst is van de werkgever, heeft de werknemer tot einde dienstverband een aanvullend recht op een verlofomvang van 170 uur.

8. Overzicht eigen bijdrage

De percentages eigen bijdrage zijn als volgt:

 

Uur

Eigen bijdrage

Eigen bijdrage OOP

schaal 1 t/m 8

Structureel

 

 

 

Persoonlijk budget

50

              0,0%

              0,0%

Aanvulling (vanaf 57 jaar)

120

             50,0%

             40,0%

Totaal

 

170

             35,0%

             28,0%

Extra aanvulling (vanaf 57 jaar)

170

           100,0%

           100,0%

Totaal budget

340

             67,5%

             64,0%

 

 

 

 

Overgangsregeling

 

 

 

52 tot 56 jaar

 

 

 

Persoonlijk budget

50

              0,0%

              0,0%

Overgangsrecht (tot 57 jaar)

120

             50,0%

             40,0%

Totaal

170

             35,0%

             28,0%

 

 

 

 

56 jaar en ouder

 

 

 

Persoonlijk budget

50

              0,0%

              0,0%

Overgangsrecht (5 jaar)

290

             50,0%

             40,0%

Totaal

340

             42,5%

             34,0%

 

9. De overgangsregeling in schematische weergave (PDF)