Benoemingsprocedure directiefuncties

versie juni 2010

De wijzigingen ten opzichte van de versie van juni 2006 hebben op 16 juni 2010 instemming verkregen van de GMR.

Inleiding 

De scholen werken met benoemingsadviescommissies (BAC) bij de invulling van directiefuncties. Maar welke functies rekenen we daartoe? Welke functieniveaus zijn vertegenwoordigd in de BAC? Het CvB wil het kader aangeven waarbinnen de procedure tot benoeming in directiefuncties binnen de scholengroep geharmoniseerd wordt. 

Welke functies? 

Onder verwijzing naar het functiebouwwerk vallen de volgende functies onder de noemer van directiefuncties: 

  • schooldirecteur 14 
  • lid schooldirectie 13 
  • schooldirecteur 13 
  • locatiedirecteur 12 
  • locatiemanager 12 
  • afdelingsmanager 12 
  • directeur BBOA 13 
  • plaatsvervangend directeur BBOA (schaal 12) 

Er wordt onderscheid gemaakt tussen kerndirecties en schoolmanagementteam. De leden van het CvB behoren niet tot een kerndirectie of een schoolmanagementteam. De directieleden van BBOA vormen een aparte kerndirectie. De afdelingsmanagers behoren wel tot het schoolmanagementteam, maar niet tot de kerndirectie. Er worden twee benoemingsprocedures gehanteerd: één voor leden van de kerndirectie en één voor de afdelingsmanagers. De procedure voor de locatiedirecteur (12) brengen we onder bij die voor de afdelingsmanagers. 

Intern of extern? 

Voor een vacature in een kerndirectie en voor een afdelingsmanager zal in principe extern en intern geworven worden. Er kunnen overwegingen zijn, die voor het CvB of voor de school aanleiding zijn om in eerste instantie uitsluitend intern te werven. Een besluit tot interne werving kan het CvB alleen nemen nadat het CvB hierover uitvoerig advies heeft ingewonnen bij de directie en de MR van de betreffende school. Als een vacature ontstaat terwijl gelijktijdig sprake is van een substantiële reductie van de directieformatie zal altijd overwogen worden om in eerste instantie uitsluitend intern te werven. 

Samenstelling BAC 

De sollicitatieprocedure zal ondersteund worden door een benoemingsadviescommissie (BAC). De samenstelling van de BAC is afhankelijk van de vacante functie. Bij de sollicitatieprocedure voor een lid van de kerndirectie zullen altijd een lid van het CvB en een lid van de betreffende kerndirectie in de BAC zitting nemen. Voor de commissie worden door de diverse geledingen kandidaten aangedragen, die vervolgens worden benoemd door het CvB. 

Bij de procedure voor een afdelingsmanager en voor een locatiedirecteur maakt een lid van de betreffende kerndirectie deel uit van de BAC. Bij de procedure voor een afdelingsmanager zal ook één van de zittende afdelingsmanagers betrokken zijn. In deze gevallen wordt de commissie benoemd door de kerndirectie. Verder zal de BAC bestaan uit 2 personeelsleden - van wie één namens de MR - en een vertegenwoordiger van de ouders (alleen bij een lid van de kerndirectie) en de leerlingen (geldt niet voor de directie van het bestuursbureau). Het betreft hier de minimale samenstelling. 

Lid kerndirectie: Afdelingsmanager/locatiedirecteur:
  • lid CvB  
  • lid kerndirectie
  •  lid kerndirectie    
  •  afdelingsmanager
  •  2 personeelsleden 
     van wie één lid namens de MR
  •  2 personeelsleden
    van wie één lid namens de MR
  •  1 ouder
  •  1 ouder
  •  1 leerling 
  •  1 leerling

 

 

 

 


                               
         

 

Na overleg met de voorzitter van de MR en de kerndirectie wordt het tweede personeelslid voorgedragen. De ouder wordt voorgedragen door de oudergeleding van de MR. De leerling wordt, met instemming van het lid van de kerndirectie, voorgedragen door de leerlinggeleding van de MR. 

Het lid van het CvB respectievelijk het lid van de kerndirectie, en het lid namens de MR bepalen in onderling overleg of er behoefte bestaat aan uitbreiding van de minimale bezetting en zo ja, uit welke personen deze bestaat. Indien geen overeenstemming over de voordracht van de ouder en/of de leerling, of over de uitbreiding bereikt kan worden, zal het CvB hierover een besluit nemen.

Werkwijze BAC

De werkwijze van de BAC ziet er op hoofdlijnen als volgt uit. Het CvB resp. de kerndirectie neemt het initiatief tot het bijeenroepen van de BAC voor een informatieve bijeenkomst. Het CvB of de kerndirectie geeft daar een toelichting op de gang van zaken.

Er worden voorstellen gedaan over de manier van werken en er worden een voorzitter en een secretaris gekozen. Tijdens deze bijeenkomst kan ook besloten worden of er gebruik gemaakt zal worden van externe ondersteuning. Te denken valt bijvoorbeeld aan een training in competentiegericht interviewen. Indien mogelijk zullen er al concrete besluiten genomen worden over de manier van werken. Als dat niet het geval is, zal hiervoor een extra bijeenkomst worden belegd. In deze afspraken zal vastgelegd worden hoe de kandidaten geselecteerd worden en hoe de gesprekken gevoerd zullen worden. Interne kandidaten, d.w.z. kandidaten die reeds werkzaam zijn bij de betreffende school, worden altijd voor een eerste gesprek met de BAC uitgenodigd. De BAC stelt een handelingsprotocol op, waarin o.a. staat welke procedure gevolgd wordt bij het staken der stemmen.

In de laatste bijeenkomst wordt de voorlopige keuze, eventueel aangevuld met informatie uit de extra gespreksronde(s), uitgewerkt tot een definitieve voordracht. De voordracht zal schriftelijk aan het CvB worden meegedeeld, voorzien van een schriftelijke argumentatie.

Toelichting voordracht

Gezien de bevoegdheden van het CvB en de MR in de benoemingsprocedure is het van belang dat de voordracht en de schriftelijke argumentatie in deze geledingen besproken kan worden. Het lid van het CvB respectievelijk het lid namens de MR kunnen daartoe in vertrouwelijkheid/beslotenheid het CvB respectievelijk de MR informeren over de gang van zaken, de voordracht en de onderliggende argumentatie.

Na de voordracht

Alleen de voorzitter van de BAC trekt referenties na en verstrekt hierop gebaseerde informatie aan het CvB. Het CvB kan deze informatie betrekken bij de afwegingen met betrekking tot de voordracht. Referenties mogen dus niet door de BAC worden gebruikt om kandidaten te vergelijken. Als het CvB het advies overneemt, worden de niet-benoemde interne gesprekskandidaten in een gesprek met een lid van het CvB of van de kerndirectie van het besluit, voorzien van een toelichting, op de hoogte gebracht. De externe gesprekskandidaten worden telefonisch op de hoogte gebracht en kunnen om een aanvullend gesprek verzoeken. De sollicitanten, die niet voor een gesprek zijn uitgenodigd, zullen schriftelijk worden geïnformeerd. Als het advies van de BAC niet door het CvB wordt overgenomen, dan stelt het CvB de commissie hiervan schriftelijk en met redenen omkleed op de hoogte. Het bestuur zal de commissie verzoeken om een nieuwe voordracht te formuleren. De commissie kan aan dit verzoek voldoen, maar de commissie kan ook besluiten om haar opdracht terug te geven en tot ontbinding over te gaan. In dat geval zal een nieuwe BAC benoemd worden.